Meteen naar de content
Gløde Gløde
Koude werkplekken in de vleesverwerking: regels en bescherming

Koude werkplekken in de vleesverwerking: regels en bescherming

In de vleesindustrie is werken in de kou geen uitzondering, maar de norm. Uitsnijderijen, koelruimtes en vriesopslag draaien nu eenmaal op lage temperaturen omwille van de voedselveiligheid. Voor je medewerkers betekent dat een blijvende koudebelasting, en dus nood aan duidelijke maatregelen.

Medewerker in warme werkkleding aan het werk in de kou in de vleesindustrie

Waar in de vleesindustrie loop je de meeste kou op?

De temperatuur verschilt van ruimte tot ruimte, afhankelijk van het product en de hygiënevoorschriften:

  • Uitsnijderij en verwerking: doorgaans rond 7–12 °C.
  • Koelruimtes en versafdeling: ongeveer 0–4 °C.
  • Diepvriesopslag: van −18 °C tot −25 °C.

Omdat die lage temperatuur nu eenmaal nodig is voor de voedselveiligheid, kan je de ruimte niet zomaar warmer stoken. De bescherming moet dus komen van de persoon zelf en van hoe je het werk organiseert.

Regels en verplichtingen bij koud werk

De Welzijnswet van 4 augustus 1996 en de Codex over het welzijn op het werk verplichten je als werkgever om de risico's van arbeid bij lage temperaturen te beperken. Werken in de kou hoort daarom thuis in je risicoanalyse, met het globaal preventieplan en het jaarlijks actieplan. Met de norm NBN EN ISO 11079 breng je de koudebelasting nauwkeuriger in kaart, en bij statisch werk onder 5 °C voldoet geschikte kleding aan de norm EN 342. Algemene achtergrond over werken in de koude vind je bij het Arboportaal.

Verblijf- en pauzetijden (richtwaarden)

  • Onder −10 °C: het is aan te raden maximaal zowat 4 uur per dag te werken.
  • Tussen −10 en −20 °C: voorzie minstens een half uur pauze op kamertemperatuur na elke 2 werkuren.
  • Onder −20 °C: blijf maximaal zowat 45 minuten in de ruimte, gevolgd door minstens 10 minuten pauze op kamertemperatuur.

Maatregelen tegen de kou

  • Technisch: dicht tocht af bij deuren en laadkades, beperk de luchtsnelheid en voorzie droge, antislipvloeren.
  • Organisatorisch: wissel koude en minder koude taken af (taakroulatie), plan vaste opwarmpauzes in en voorzie een verwarmde pauzeruimte (rond 18 °C).
  • Persoonlijk: voorzie kosteloos droge, warme kleding, gebruik voedselveilige en snijbestendige handschoenen, en bescherm ook hoofd en voeten.

Warme handen: direct een veiligheidsmaatregel

Koude, stijve vingers zijn in de uitsnijderij een reëel risico: grip en fijne motoriek gaan achteruit, waardoor het mes sneller uitschiet. Een verwarmde bodywarmer als warme basislaag onder de werkkleding houdt de romp tussen de pauzes door op temperatuur en ondersteunt zo de doorbloeding richting de handen. Zo'n laag vervangt de pauzes of de kledingnorm niet, maar is een aanvulling op de plek waar het lichaam het snelst afkoelt.

Dit artikel geeft algemene informatie en vormt geen juridisch advies. Bepalend zijn steeds de geldende wet- en regelgeving en de beoordeling van je preventieadviseur.

Warme basislaag voor uitsnijderij, koelruimte en vriesopslag — risicovrij uit te testen met een pilot.

Ontdek de oplossing voor de vleesindustrie →

Veelgestelde vragen

Welke temperatuur geldt in een uitsnijderij?

Om hygiënische redenen ligt de temperatuur in een uitsnijderij doorgaans rond 7–12 °C, in koelruimtes rond 0–4 °C en in vriesopslag tussen −18 en −25 °C.

Moet werken in de kou in de risicoanalyse staan?

Ja. De welzijnsregelgeving verplicht je om de risico's van werken bij lage temperaturen in kaart te brengen en de nodige maatregelen te nemen.

Mag je de temperatuur verhogen om medewerkers te beschermen?

Nee. De temperatuur ligt vast omwille van de voedselveiligheid. De bescherming van je medewerkers loopt dus via kleding, pauzes en werkorganisatie.

Winkelwagen 0

Uw winkelwagen is momenteel leeg.

Begin met winkelen